word ook lid en profiteer van alle voordelen
Lid worden
Dit wil ik met u delen... 23-06-2026
Beste lezer,
Zoals eerder naar u gecommuniceerd verschijnt Vizier 2 keer per jaar, nl. een zomereditie die u dus nu ontvangt en een kersteditie medio december.
Op het moment dat ik mijn column schrijf zijn de eerste 6 maanden van het jaar 2026 al weer bijna voorbij, een periode gekenmerkt door o.a. het eerste minderheidskabinet Jetten 1, meer oorlogen (Oekraïne, Gaza en Iran) en veel sociale onrust in Nederland. Wat mij over die sociale onrust verbaast is dat Nederland altijd staat in de top tien lijstjes van meest gelukkig, beste educatie, beste gezondheidszorg, beste pensioen en enorm welvarend. Maar het lijkt of nu iedereen boos is.
Laat ik als positief denkend mens proberen het tij te keren en maar meteen met het goede nieuws beginnen.
Zoals eerder naar u gecommuniceerd verschijnt Vizier 2 keer per jaar, nl. een zomereditie die u dus nu ontvangt en een kersteditie medio december.
Op het moment dat ik mijn column schrijf zijn de eerste 6 maanden van het jaar 2026 al weer bijna voorbij, een periode gekenmerkt door o.a. het eerste minderheidskabinet Jetten 1, meer oorlogen (Oekraïne, Gaza en Iran) en veel sociale onrust in Nederland. Wat mij over die sociale onrust verbaast is dat Nederland altijd staat in de top tien lijstjes van meest gelukkig, beste educatie, beste gezondheidszorg, beste pensioen en enorm welvarend. Maar het lijkt of nu iedereen boos is.
Laat ik als positief denkend mens proberen het tij te keren en maar meteen met het goede nieuws beginnen.
Plan voor snellere verhoging AOW-leeftijd vervalt
Op 26 mei jl. heeft het kabinet het plan om de AOW-leeftijd sneller te verhogen weer ingetrokken. En maar goed ook.
Wij, vakbonden, vonden dat er op geen enkele manier aan het eerder bedongen pensioenakkoord met sociale partners uit 2024 getoornd mocht worden. Een man een man, een woord een woord!
Dus is een streep door de snellere verhoging van de AOW-leeftijd een wijs besluit van het kabinet.
Minister Vijlbrief van Sociale Zaken hoopt hiermee de vakbonden weer aan tafel te krijgen voor een breed akkoord over de sociale zekerheid.
Maar de minister moet zich ook achter de oren krabben want vakbonden hebben ook veel kritiek op andere voornemens van het kabinet, zoals de versobering van de uitkeringsregelingen voor werkloosheid en arbeidsongeschiktheid, de WW en de WIA.
Meer openheid over loonkloof tussen mannen en vrouwen
Als Vakbond ABW hebben we niet alleen altijd gepropageerd maar het sinds 1994 steeds zelf ook toegepast dat er geen verschil in loon mag zijn tussen mannen en vrouwen die hetzelfde werk doen.
Dat er nu een wetsvoorstel is die werknemers meer inzicht geeft in de loonverschillen tussen mannen en vrouwen op hun eigen werkvloer juich ik dan ook van harte toe. Want werkgevers moeten straks een objectief systeem hebben voor het waarderen en indelen van de functies in hun organisatie.
Ook komt er een verbod om in gesprekken over arbeidsvoorwaarden te vragen naar het laatstverdiende salaris. Het is de bedoeling dat het wetsvoorstel op 1 januari 2027 in werking treedt.
Als het wetsvoorstel wordt aangenomen moeten bedrijven en organisaties met meer dan 100 werknemers regelmatig gaan rapporteren over het loonverschil in hun organisatie. Op een website van het ministerie van sociale zaken en werkgelegenheid kunnen werknemers deze informatie ook zelf opzoeken. Met deze gegevens kan er een vergelijking worden gemaakt tussen bedrijven of sectoren. Het kabinet wil het op deze manier makkelijker maken verschillen aan te kaarten en hier op de werkvloer een gesprek over te hebben.
In 2024 verdienden vrouwen volgens het CBS in het bedrijfsleven gemiddeld 14,5% minder per uur dan mannen. Bij de overheid verdienden vrouwen gemiddeld 4,5% per uur minder. Een belangrijk deel van dit verschil valt te verklaren uit het feit dat vrouwen minder vaak een leidinggevende positie hebben, vaker werkzaam zijn in sectoren waar de lonen wat lager liggen of door verschillen in opleidingsniveau. Ook als hier rekening mee wordt gehouden blijft er een verschil in beloning voor hetzelfde werk. In het bedrijfsleven verdienen vrouwen gemiddeld per uur 6,1% minder voor hetzelfde werk, bij de overheid 1,7%. Het verschil in beloning tussen mannen en vrouwen wordt de afgelopen jaren wel langzaam kleiner.
Het wetsvoorstel volgt uit een Europese richtlijn. Deze verplicht lidstaten om maatregelen te nemen die zorgen voor openheid over beloning en die de rechtsbescherming van werknemers versterken. Met het wetsvoorstel ‘implementatie Richtlijn loontransparantie mannen en vrouwen‘ wordt deze Europese richtlijn opgenomen in de Nederlandse wet.
Nederlandse werkenden meest productief in 20 jaar, hoe kan dat?
Het is cruciaal voor de economische groei en welvaart van een land: de arbeidsproductiviteit. Die geeft aan hoeveel werk je gedaan krijgt in een uur en dus hoe efficiënt dat wordt gedaan. Vorig jaar groeide de economie met 1,8 % en de arbeidsproductiviteit met 2,4%, blijkt uit nieuwe cijfers van het CBS. Het is de hoogste stijging in 20 jaar tijd.
Deze cijfers zijn goed nieuws, zeggen verschillende economen omdat beleidsmakers al jaren oproepen tot meer investeringen om productief te zijn. Toch zegt het nieuwe cijfer lang niet alles. Volgens CBS- hoofdeconoom Peter-Hein van Mulligen komt een hogere arbeidsproductiviteit vaak door technologische vooruitgang, en er is nooit sprake van technologische achteruitgang.
Waar sommige sectoren erbovenuit steken, zoals de maakindustrie, lijkt het er op dat er in de meeste sectoren nu efficiënter gewerkt wordt. Fabrieken zouden met nieuwe machines meer kunnen produceren met minder mensen.
Al met al is het groeicijfer een hoopvol cijfer. De tijd moet uitwijzen hoe dit over een paar jaar is.
Nederland is koploper in deeltijdwerken én in arbeidsparticipatie
In Nederland werkt bijna 40% van de werkenden parttime. Daar staat tegenover dat er in de EU geen land is waar zoveel mensen aan het werk zijn. In Nederland valt de term ‘deeltijdprinses‘ al gauw in discussies over vrouwen die parttime werken. Bij de buren in Duitsland wordt sinds enkele weken gesproken over ‘lifestyledeeltijd‘, ofwel in het Duits: Lifestyle-Teilzeit.
Duitsland kent inderdaad relatief veel deeltijdwerkers in vergelijking met andere Europese landen. Bijna 30% van de Duitse werkenden tussen 20 en 64 jaar oud doet dat in deeltijd, laten cijfers van Europees statistiekbureau Eurostat zien. Onder Duitse vrouwen is dit zelfs bijna 50%.
Nederland is koploper: bijna 40% van de werkenden doet dit parttime, bij vrouwen is dit ruim 60%. Daar staat tegenover dat Nederland ook de lijst aanvoert als het gaat om arbeidsparticipatie: ruim 83% van de 20- tot 64-jarigen heeft betaald werk, en bijna 80% van de vrouwen in deze leeftijdsgroep. Ook in Duitsland is de arbeidsdeelname met 80% hoger dan het EU-gemiddelde (75%).
Dat er in Nederland en Duitsland veel in deeltijd wordt gewerkt, wil dus nog niet zeggen dat er in deze landen weinig gewerkt wordt. Sterker nog, als je het totaal aantal gewerkte uren in een jaar afzet tegen het inwonertal, werd er in Nederland gemiddeld 45 uur méér gewerkt dan in andere EU-landen.
In Duitsland ligt het aantal gewerkte uren per inwoner met 734 uur iets onder het EU-gemiddelde (783 uur).
Het aantal deeltijders dat meer uren wil werken, is in het eerste kwartaal van 2026 toegenomen.
Vooral hbo'ers en universitair geschoolden met een baan willen meer uren draaien.
In totaal waren er in de eerste drie maanden 574.000 werkenden die meer uren willen werken en daarvoor ook beschikbaar zijn. Dat zijn er 40.000 meer dan in dezelfde periode vorig jaar, zo blijkt onlangs uit cijfers van statistiekbureau CBS.
Gemiddeld willen deze zogenoemde onderbenutte deeltijders 8,5 uur meer per week werken, tegen 8,3 uur een jaar eerder. Het aantal onderbenutte deeltijders is voor het eerst weer hoger dan bij het begin van de coronacrisis.
Deze cijfers laten zien dat er in ieder geval mensen beschikbaar zijn en zorgt het voor meer aanbod op de arbeidsmarkt en dat is prettig voor werkgevers.
Maar toch blijft de krapte nog steeds een groot probleem. Verschillende sectoren staan te springen om personeel en er staan nog steeds honderdduizenden vacatures open.
Het kabinet wil – MOET vind ik, zie ook verder in mijn column over ‘Werken moet lonen‘- werken aantrekkelijker maken, zodat deeltijders meer uren maken. Dat moet gebeuren via enkele fiscale maatregelen, zodat mensen die meer werken, onder de streep meer overhouden. Werken moet lonen, is het credo. Maar in de praktijk komt daar weinig van terecht.
Volgens CBS is het makkelijk te verklaren waarom deze universitair opgeleiden en hbo'ers wel meer uren willen draaien, maar dat niet altijd mogelijk is.
Er is in veel sectoren, zoals in de zorg en de bouw, ook behoefte aan mensen met een praktische beroepsopleiding. Dus een universitair opgeleide of een hbo'er kan voor bepaalde beroepen niet geschikt zijn.
Bovendien zijn er ook sectoren zoals het onderwijs en de zorg die met verschillende roosters werken volgens econoom Leontine Treur van RaboResearch. Ze geeft aan dat je soms een rooster niet kunt uitbreiden, omdat functies zijn afgebakend in de zin van tijdstip of functie-eisen. De docent Frans die meer uren wil werken, kan dat niet als er alleen plek is bij wiskunde, en andersom. In de zorg heb je vaak een piek in de ochtend en avond, waardoor het lastig kan zijn daar fulltime functies van te maken.
Van de 574.000 onderbenutte deeltijders volgen er 273.000 onderwijs. Zij willen meer werken in een bijbaan of zijn op zoek naar een grotere baan bij afronding van hun opleiding.
Wajong
Mensen met een Wajong-uitkering moeten afscheid nemen van hun uitkering als ze na vijf jaar werken een bepaald inkomen hebben. Voor een specifieke groep betekent dit een verlies van gemiddeld 750 euro bruto per maand. De Wajong-uitkering is bedoeld voor mensen die vóór hun achttiende ziek of gehandicapt zijn geworden. In 2021 is een aantal nieuwe regels ingegaan waardoor sommigen erop achteruit gingen. Zij kregen ter compensatie maandelijks het zogeheten garantiebedrag. Duizenden mensen zien nu het einde naderen van die specifieke uitkering.
Wie vijf jaar onafgebroken werkt, verliest namelijk het recht op een Wajong-uitkering. Volgens een schatting van het UWV geldt dat voor 11.500 Wajongers, van wie zo'n 3.400 mensen ook het garantiebedrag krijgen. Dit garantiebedrag varieert van 10 tot 2.200 euro bruto per maand.
De uitkering stopt alleen als iemand zonder professionele begeleiding werkt en daarmee 75% van het maatmanloon verdient. Dat is een bedrag gebaseerd op het minimumloon.
Het einde van de uitkering valt de Wajongers rauw op hun dak, ook al stond dit vijf jaar geleden al in de regels beschreven. Ik vind dit een veel te harde klap voor deze mensen omdat voor sommigen hun hypotheek of huurovereenkomst op die inkomsten is gebaseerd. Ze dreigen hun huis te verliezen als het garantiebedrag wegvalt. Zie meer over dit onderwerp op pagina 7 in deze zomereditie van Vizier.
Navo-taks
Het Internationaal Monetair Fonds (IMF) bekritiseert de belastingverhoging die het kabinet-Jetten wil doorvoeren om een deel van de extra uitgaven voor Defensie op te vangen. Werken gaat daardoor minder lonen, zo stellen de IMF-experts.
Dat is de conclusie van een regulier IMF-onderzoek naar het economische beleid van Nederland dat onlangs is gepresenteerd bij De Nederlandsche Bank. Het IMF adviseert het kabinet om de belastingplannen te ‘herschikken‘, omdat die nu slecht uitpakken voor werkend Nederland.
Volgens het IMF leunen de coalitieplannen nu vooral op maatregelen die de belasting op arbeid verhogen, met name via een beperkte indexatie van de inkomstenbelasting en hogere sociale premies (‘vrijheidsbijdrage‘). Deze maatregelen maken volgens het IMF werken duurder, wat de arbeidsparticipatie en het aantal gewerkte uren drukt in een economie die al onder druk staat door vergrijzing. Ook drijven ze de loonkosten op.
In het coalitieakkoord is afgesproken dat de inkomstenbelasting volgend jaar stijgt. Er komt een lastenverzwaring voor werkenden van 1,5 miljard euro in 2027, oplopend tot 3,4 miljard euro in 2028. Bedrijven dragen 1,7 miljard bij aan de NAVO-taks.
Het IMF stelt dat deze hogere belasting op arbeid verstorend werkt. De werkloosheid is al laag, het aantal vacatures hoog. En door de vergrijzing neemt de krapte op de arbeidsmarkt alleen maar verder toe.
Nederland is steeds rijker geworden in de afgelopen decennia
Dit meldt statistiekbureau CBS. Door hogere lonen en een groeiende economie hebben Nederlanders nu twee keer zoveel te besteden als vijftig jaar geleden. De gemiddelde Nederlander besteedde vorig jaar € 34.000. Dat bedrag bestaat uit uitgaven in de supermarkt en de huur, maar ook uit bijvoorbeeld zorgkosten die de overheid maakt voor burgers. Een jaar eerder was dat bedrag nog ruim € 32.000.
Deze consumptie van Nederlanders is in vijftig jaar verdubbeld, gecorrigeerd voor prijsontwikkelingen. Dat betekent dat Nederlanders het nu een stuk ruimer hebben dan toen.
Het doorsnee inkomen is nu bijna € 40.000 bruto. Volgens het CBS had je halverwege de jaren zeventig dan behoord tot de rijkste Nederlanders.
Europees gezien staat Nederland op de tweede plek met € 34.000 aan zogeheten individuele consumptie. Op plaats één staat Luxemburg. Net onder Nederland staan landen als België en Ierland.
Het bruto binnenlands product (bbp) per inwoner was ruim € 65.000 in 2025. Dat is 1,3% meer dan het jaar daarvoor. Het bbp geeft aan hoeveel geld er verdiend wordt in Nederland. Om dat te vergelijken met andere landen deelt CBS de totale som geld door het aantal inwoners.
Luxemburg staat dan weer bovenaan van alle landen in de Europese Unie. Nederland staat op plek vier.
De inkomens in Nederland liggen relatief dicht bij elkaar, maar uit eerder onderzoek blijkt dat de besteedbare inkomens van huishoudens wel verder uit elkaar zijn gegroeid in de afgelopen veertig jaar. Vooral mannen met een lager inkomen gingen er minder op vooruit dan gemiddeld, blijkt uit het onderzoek van de Universiteit Leiden.
Verder zijn er zorgen onder onderzoekers van het Centraal Planbureau (CPB) over de groeiende vermogensongelijkheid in Nederland. Daarover gaat dit onderzoek van CBS niet.
Werkenden armer
Na jaren van daling stijgt het aantal werkende armen weer.
In 2024 leefden 175.000 werkende Nederlanders in armoede, ruim 25.000 meer dan een jaar eerder. Dat blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).
Van de 8,5 miljoen werkenden was 2% arm. Iemand is volgens het CBS arm wanneer er na het betalen van de vaste lasten (wonen, energie en zorg) te weinig geld overblijft voor andere basisbehoeften zoals voedsel, kleding en sociale activiteiten.
Volgens de CBS-cijfers werkten 77.000 werkende armen, bijna de helft dus, maar een deel van het jaar. Zij hadden meerdere korte banen afgewisseld met perioden zonder werk, of begonnen óf stopten vorig jaar juist met werken.
Werkende armen hebben doorgaans minder werkervaring en werken vaker in deeltijd of via een flexibel contract. Bijna een kwart was in 2024 jonger dan 25 jaar.
Het aantal werkende armen is in 2024 voor het eerst in zes jaar gestegen. Toch zijn het er nog aanzienlijk minder dan voorheen: In 2018 werden 243.100 werkenden door het CBS aangemerkt als arm.
Dat aantal daalde vervolgens jaren achtereen, tot 149.400 in 2023. Dat kwam onder meer door coronasteunmaatregelen, hogere lonen en de energietoeslag.
Het vervallen van de energietoeslag in 2024 is de belangrijkste verklaring voor de stijging, aldus het statistiekbureau. Dat was een eenmalig bedrag tot € 1300 dat minima in 2022 en 2023 kregen om rekeningen voor gas en elektra te betalen.
In oktober 2024 ontwikkelde het CBS samen met het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) en het Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting (Nibud) een nieuwe methode om armoede te meten. Daardoor bleken minder Nederlanders in armoede te leven dan voorheen gedacht. Er wordt onder meer nauwkeuriger gekeken naar het geld dat mensen beschikbaar hebben om van te leven. In 2024 leefden totaal in Nederland 551.000 mensen in armoede.
De armoedegrens is "het minimumbedrag dat een huishouden nodig heeft om normaal te kunnen leven". Dat kan van geval tot geval in hoogte verschillen. "Hoe meer mensen, hoe meer er nodig is voor de minimale levensbehoeften", schrijven het CBS, SCP en het Nibud.
In 2024 was de armoedegrens voor alleenwonenden € 1600 netto per maand, bij samenwonenden was dit € 2145. Voor een paar met twee kinderen tot 13 jaar lag dit bedrag op € 2625 en voor een alleenstaande ouder was het € 2215 euro. Bij twee kinderen van 13 tot 18 jaar was de grens € 3000 voor een paar en € 2605 voor alleenstaanden.
Het inkomen van de werkende armen lag in 2024 in doorsnee 25% onder de armoedegrens.
Vakbond ABW heeft al bij eerdere aanbevelingen van de commissie Borstlap in 2020 benadrukt dat "Werken moet lonen". Dit is ook een politiek en maatschappelijk streven in Nederland om werken financieel aantrekkelijker te maken dan een uitkering.
Het doel is om het belastingstelsel eenvoudiger te maken en de belastingdruk op arbeid te verlagen, zodat extra uren werken meer netto inkomen oplevert.
Dit principe is ook breed gedragen in de Tweede Kamer, maar de uitvoering (belasting op werk) blijft onderwerp van debat.
Ik wens jullie een héél mooie zomer en mochten jullie op vakantie gaan, geniet en kom veilig terug.
Laten we hopen dat het op vakantie gaan met de auto of vliegtuig niet verpest wordt door de hoge benzine en kerosine prijzen en nog mooier én beter zou zijn dat de oorlog met Iran en Oekraïne stopt en we ons weer een stuk veiliger mogen voelen.
Jack Hurxkens,
voorzitter
Geplaatst op: 23-06-2026
Terug