Weblog hoofdbestuurders

De vrijwilligersregeling in een notendop

Geachte leden,
Ik vertel u niets nieuws, wanneer ik u zeg dat vrijwilligerswerk maatschappelijk gezien een wezenlijk belang vertegenwoordigt binnen onze samenleving. Tal van organisaties zijn bij de uitvoering van hun doelstelling afhankelijk van vrijwilligers. Veel vrijwilligers verrichten hun werk pro deo, maar er zijn ook redelijk wat vrijwilligers die een vergoeding krijgen voor het werk dat zij verrichten. Vergoedingen maar ook verstrekkingen (vergoedingen in natura) aan vrijwilligers zijn gebonden aan fiscale regels. Deze fiscale regels zet ik in het onderstaande kort voor u op een rij.

Algemeen:

De vrijwilligersregeling is feitelijk bedoeld voor organisaties zonder een winststreven (niet vennootschapsbelasting plichtig) en voor sportorganisaties. Veelal zal het hierbij gaan om stichtingen en (sport)verenigingen. Bij een sportorganisatie moet u overigens niet denken aan een fitnesscentrum. Een dergelijke organisatie biedt weliswaar meerdere sportproducten aan, maar het primaire doel van de eigenaar is feitelijk het maken van winst en niet het aanbieden van sport. Hiermee wordt dus nogmaals onderstreept dat het in beginsel moet gaan om een organisatie die geen winst beoogt.

Vergoedingen en verstrekkingen binnen de vrijwilligersregeling: Wanneer vrijwilligers betalingen (en/of goederen) ontvangen voor het werk dat zij verrichten, dan is dit fiscaal gezien gemaximeerd tot € 150,- per maand met een maximum van € 1.500 per jaar. Daarnaast geldt, dat wanneer een vrijwilliger per uur wordt betaald, dit voor personen vanaf 23 jaar niet meer mag zijn dan € 4,50 per uur en voor personen tot 23 jaar niet meer mag zijn dan € 2,50 per uur. Deze regels gelden altijd binnen een kalenderjaar (jan t/m dec) en niet binnen een gebroken boekjaar zoals veel sportverenigingen dit kennen. Zijn deze regels eenmaal overschreden, dan kan de vrijwilligersregeling binnen het betreffende kalenderjaar niet meer van toepassing zijn. Feitelijk moet dan gekeken worden of er met de vrijwilliger een dienstbetrekking bestaat. Getoetst moet dan worden of er binnen de arbeidsrelatie sprake is van een gezagsverhouding, de verrichting van persoonlijke arbeid (men kan zich niet vrijelijk laten vervangen) en de betaling van loon. Ontbreekt een van deze elementen, dan is er geen sprake van een dienstbetrekking. Echter de betalingen aan de vrijwilliger zullen dan wel moeten worden verantwoord aan de Belastingdienst. Komt men wel tot een dienstbetrekking, dan wordt de gehele betaling (netto) loon.

Marktconforme beloningen: Bij de hierboven genoemde bedragen (€ 4,50 / € 2,50) gaat men ervan uit dat er geen sprake is van een markconforme beloning. Deze niet markconforme beloningen liggen echter niet uitsluitend vast op € 2,50 en € 4,50. Het kan ook gaan om hogere bedragen. Dit moet wel altijd kunnen worden onderbouwd door de uitbetalende organisatie die het hogere bedrag niet als marktconform bestempelt. Ik maak dit duidelijk aan de hand van een gefingeerd voorbeeld. Een advocaat is lid van een sportvereniging. In zijn praktijk rekent hij voor zijn klanten een (commercieel) tarief van € 300,- (fictief gesteld). De sportvereniging heeft echter een klein probleem waarover de advocaat zich als lid zal gaan buigen. Voor de vereniging klaart hij de klus echter voor enkel € 30,- per uur. Gezien zijn normale tarief (€ 300,-) kan de uurvergoeding van € 30,- in dit geval niet als een marktconforme beloning worden gezien. Deze uurvergoeding kan dus ook onder de vrijwilligersregeling vallen. Let wel, ook hier geldt de grens van € 1.500,-.

Enkel de vergoeding van kosten: De vrijwilligersregeling is niet van toepassing wanneer een vrijwilliger enkel en alleen de kosten vergoed krijgt die hij of zij in redelijkheid maakt voor de uitvoering van het vrijwilligerswerk. Wanneer enkel de gemaakte kosten worden vergoed, kan er geen sprake zijn van een bron van inkomen (men houdt er immers zelf niets aan over). In een dergelijk geval is men dus niet gebonden aan de fiscale regels binnen de vrijwilligersregeling. De werkelijke in redelijkheid gemaakte kosten kunnen dus gewoon worden vergoed, ook wanneer dit meer is dan de eerder gekenschetste € 1.500.-.

Urenregistratie: Ten behoeve van vrijwilligers behoeft in beginsel geen urenregistratie te worden bijgehouden (brief staatssecretaris 2008). Primair zal de fiscus dan ook niet op zoek gaan naar een relatie tussen de uitbetaalde bedragen en de door de vrijwilliger gerealiseerde uren (in ieder geval niet zonder duidelijke reden). Wordt er echter per uur uitbetaald (er ligt dan dus wel een urenregistratie), dan is men wel gehouden aan de gemaximeerde uurtarieven. Overigens geldt de grens van € 1.500 zowel voor personen tot 23 jaar (€ 2,50) als voor personen vanaf 23 jaar (€ 4,50). Een persoon jonger dan 23 jaar kan dus in beginsel meer uren realiseren tot het bedrag van € 1.500.

Uitbetaling in één keer: Een misvatting is dat de maximale vrijwilligersvergoeding niet in een keer zou mogen worden uitbetaald. Men legt in de praktijk de link met de gemaximeerde uitbetaling van € 150,- per maand. Dit is echter onterecht. De totale maximale vrijwilligersvergoeding mag in een keer worden uitbetaald mits deze correspondeert met het aantal perioden dat de vrijwilliger actief is geweest. Een voetballer bijvoorbeeld die het gehele seizoen voor zijn club actief is geweest (in de regel 10 maanden), mag de maximale vrijwilligersvergoeding in één bedrag ontvangen (10 x € 150 = € 1.500).

Inkomstenbelasting: Een vrijwilliger kan bij meerdere organisaties actief zijn en kan dus ook meerdere vrijwilligersvergoedingen ontvangen. Het totaal van de vrijwilligersvergoedingen is ook binnen de inkomstenbelasting tot een totaalbedrag van € 1.500,- vrijgesteld. Ook hier geldt, dat bij een totaal van vergoedingen boven de € 1.500,- de vrijwilligersregeling niet meer van toepassing kan zijn. Het gehele bedrag komt dan feitelijk terecht in de inkomstenbelasting (onder “resultaat overige werkzaamheden”/ box 1). Wel is het uiteraard zo, dat de vrijwilliger dan al zijn kosten die aan het vrijwilligerswerk gelieerd zijn in aftrek mag nemen.

Ik hoop dat het bovenstaand heeft bijgedragen tot een bredere blik op de vrijwilligersregeling.


Tot zover,

Jo De la Roij, hoofdbestuurder Vakbond ABW.



 
« Terug 01-06-2016